Vlaamse Woonbonus voortaan ook voor de ‘eigen, niet enige woning’

4224Na de overdracht van de bevoegdheid naar Vlaanderen van de Vlaamse woonbonus op 1 juli 2014 is deze na amper één jaar andermaal gewijzigd. Even ter herinnering: begin 2015 werd het maximaal aftrekbaar bedrag beperkt tot € 1.520 (voorheen € 2.280) per kredietnemer te verhogen met € 760,00 gedurende de eerste 10 jaar. Daarenboven wordt de belastingvermindering niet meer berekend op basis van het marginaal tarief (vaak 45% tot 50%) maar nog slechts tegen 40%.

Sedert 1 januari 2016 zijn de regels opnieuw gewijzigd. Hierna een samenvatting:

1. Eigen woning

Voortaan zullen hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01/01/2016 voor een eigen woning steeds de Vlaamse woonbonus genieten. In het vorig systeem kon de woonbonus worden genoten indien de lening was aangegaan voor een ‘eigen’ en tevens ‘enige’ woning. Eigen woning is de woning die:

a. de kredietnemer zelf betrekt.
b. of die hij niet betrekt wegens sociale of professionele reden.
c. of die hij (nog) niet betrekt wegens wettelijke of contractuele belemmeringen, of wegens stand van de bouwwerken.
Voor punt c was het in het vorig systeem wel noodzakelijk dat de woning effectief in gebruik werd genomen ten laatste op 31 december van het tweede jaar volgend op
het jaar dat het krediet werd onderschreven, zo niet was de gewone belastingvermindering ‘langetermijnsparen’ van toepassing totdat de woning effectief in gebruik werd
genomen.

Sedert 1 januari 2016 is deze maatregel gewijzigd. Ook als de kredietnemer de woning niet tijdig betrekt behoudt hij toch de woonbonus. Die nieuwe maatregel geldt voor kredieten aangegaan vanaf 01/01/2016.

Daarenboven zullen hypothecaire kredieten vanaf 2016 onderschreven voor woningen die aanvankelijk niet als ‘eigen woning’ gekwalificeerd werden toch van de woonbonus kunnen genieten van zodra die woningen
achteraf de ‘eigen woning’ worden, ongeacht het tijdstip waarop dit gebeurt.

2. Eigen maar niet enige woning

Tot 1 januari 2016 kon de woonbonus enkel worden genoten indien de ‘eigen’ woning ook gekwalificeerd was als ‘enige’ woning zo niet moet de gewone
belastingvermindering langetermijnsparen worden toegepast. In dat geval was er ook de belastingvermindering voor de intresten gelijk aan het netto onroerend inkomen.
Dit was voor de belastingplichtige meestal geen slechte zaak omdat de cumul van de belastingvermindering langetermijnsparen voor de kapitaalaflossing en de premie
schuldsaldoverzekering én de vermindering voor de intresten dikwijls een hoger fiscaal voordeel opbracht dan men kon bekomen met de woonbonus.
In de nieuwe Vlaamse woonbonus is dit afgeschaft en vanaf 2016 komen dergelijke hypothecaire leningen enkel nog in aanmerking voor de woonbonus (1.520 euro per
kredietnemer x 40 % i.p.v. langetermijnsparen waar maximaal 2.280 euro per kredietnemer x 30 %). Ook de afzonderlijke belasting voor de intresten bestaat niet
meer met als gevolg dat het fiscale voordeel voor kredieten ‘eigen’, maar ‘niet-enige’ woning drastisch daalt.

3. Belastingvermindering voor intresten lening ‘eigen woning’

Intresten op het deel van de lening aangegaan voor een ‘eigen woning’ dat niet door een hypotheek is gewaarborgd kunnen momenteel afzonderlijk worden aangegeven
in VAK IX rubriek 8,3 code 3152. Indien de kredietnemer enkel de ‘eigen woning’ in eigendom heeft dan is er voor die intresten geen vermindering. Van zodra hij echter naderhand eigenaar wordt van een ander onroerend goed zal hij wel een belastingvermindering genieten voor een intrestbedrag gelijk aan het inkomen van het ander onroerend goed. Die vermindering wordt berekend tegen het marginaal tarief voor leningen t/m 2014 of tegen 40% voor leningen vanaf 2015. Deze belastingvermindering wordt afgeschaft voor leningen die aanvangen vanaf 2016.

De belastingvermindering voor intresten voor kredieten die zijn aangegaan t.e.m. 2015 is slechts van toepassing indien niet de totale lening belast is met een hypotheek.

4. Schuldsaldoverzekering > woonbonus

De premies schuldsaldoverzekering van hypothecaire kredieten aangegaan t.e.m. 2015 waarvan het verzekerd bedrag van die ssv
hoger is dan het door de hypotheek gewaarborgde deel van de lening komen enkel in aanmerking voor de belastingvermindering
langetermijnsparen. Voor kredieten aangegaan in 2016 is dat anders. Ook als er meer verzekerd is dan het door de hypotheek
gewaarborgd bedrag zal de premie voor woonbonus in aanmerking komen maar enkel het deel van de premie dat het hypothecair
gewaarborgde deel van het krediet verzekert. Het is dus aan te raden om niet meer te verzekeren dan het door hypotheek
gewaarborgde bedrag omdat het deel van de premie dat het niet hypothecair gewaarborgde deel verzekert voor geen enkele
belastingvermindering nog in aanmerking komt.

5. Hypotheekoverdracht naar de nieuwe ‘eigen/enige’ woning: behoud van Vlaamse woonbonus

Kredietnemers die hun ‘eigen/enige’ woning verkopen met de bedoeling om een andere ‘eigen/enige’ woning aan te schaffen hebben de keuze om:

a. hun lening vervroegd af te lossen met de opbrengst van de verkoop van de huidige woning of,
b. hun huidige lening te behouden d.m.v. een hypotheekoverdracht

Tot 2015 was het gevolg, indien men koos voor optie b, dat de  beleende woning niet meer als ‘eigen woning’ gekwalificeerd werd en de belastingvermindering nog slechts in aanmerking kwam voor  de ‘federale’ vermindering en niet meer voor de ‘gewestelijke’ woonbonus. Vanaf 2016 is dit veranderd. Een Vlaamse kredietnemer
die vanaf dit jaar een pandwissel uitvoert zal blijven genieten van de belastingvermindering van de oude woonbonus omdat in Vlaanderen de hypotheekoverdracht van de lening die aangegaan was voor de woning A, geacht wordt te zijn aangegaan voor de nieuwe ‘eigen woning’ B. Hierdoor blijven de kapitaalaflossingen en intresten van woonkredieten fiscaal aftrekbaar i.k.v. de woonbonus i.f.v de aanvangsdatum van de lening (zie tabel hierna):

42244

 

6. Kangoeroewoning – woning met zorggedeelte

De aflossing van het deel van de lening dat betrekking heeft op het ‘zorggedeelte’ van een kangoeroewoning zou volgens de 6e staatshervorming niet gewestelijk mogen worden aangegeven maar federaal. Vanaf dit jaar laat Vlaanderen toe dat die betalingen toch gewestelijk worden aangegeven ongeacht de datum van de lening.

7. Samenloop hypothecaire lening ‘oude’ woonbonus met een hypothecaire lening ‘nieuwe’ woonbonus

Indien u een hypothecaire lening aangegaan bent t.e.m. 2015 (oude woonbonus) en een hypothecaire lening vanaf 2016 (‘nieuwe’ verlaagde woonbonus) dan gelden de volgende regels:

1. zolang de betalingen worden aangegeven op de ‘oude’ lening, mogen de betalingen op de ’nieuwe’ lening nog niet worden
aangegeven;
2. zodra gestopt wordt met de aangifte ‘oude’ lening wordt aangifte betalingen ‘nieuwe’ lening mogelijk;
3. zodra aangifte betalingen ‘nieuwe’ lening, aangifte betalingen ‘oude’ lening (definitief) niet meer mogelijk.

Let op: is er zowel een hypothecaire lening met recht op de ‘oude’ woonbonus, als een hypothecaire lening aangegaan in  2015 (met recht op de ‘nieuwe’ verlaagde woonbonus), dan mogen zowel de betalingen op de ‘oude’ als op de ‘nieuwe’ lening worden aangegeven! Evenwel zal het bedrag met recht op de ‘nieuwe’ woonbonus, zolang de betalingen op de ‘oude’ lening worden aangegeven, afhankelijk zijn van het bedrag dat voor de ‘oude’ lening wordt aangegeven.

8. Krediet ‘niet-eigen’ en ‘niet-enige’ woning: voorlopig geen wijzigingen!

Hypothecaire leningen voor een ‘niet-eigen’ en ‘niet-enige’ woning zijn tot hier toe enkel aftrekbaar in de rubriek langetermijnsparen en de federale intrestaftrek. Momenteel verandert er voor deze kredieten niets.

Vraag meer info aan uw makelaar.